Hoofdstuk 1: “BIJ HET BEGIN BEGINNEN”
Alles begint met inspiratie.
Wat is inspiratie eigenlijk?
Inspiratie betekent letterlijk inademing, het opzuigen van lucht naar de longen.
In de spreektaal wordt inspiratie gebruikt als synoniem voor ideeën hebben, bezieling en ingeving.
Het is een bewustzijnstoestand waarin iemand over het maximum van zijn scheppend vermogen beschikt en schijnbaar moeiteloos problemen oplost, oplossingen aandraagt of ideeën genereert (dit komt uit: spiritueel-woordenboek.nl)
Inspiratiebron
Een inspiratiebron is een object, mens of gebeurtenis waaruit een kunstenaar inspiratie weet te putten. Bij de oude Grieken werd de inspiratiebron beschouwd als goddelijk van aard, gesymboliseerd door de Muzen (wikipedia.nl)
Inspiratie kan je overal vinden als je goed kijkt. Mijn inspiratie komt vooral uit de natuur, maar een mooie foto of een quote doen het ook altijd goed. Kijk eens in een tijdschrift. Die ene afbeelding, quote of tekst die jouw aandacht grijpt kan een inspiratiebron voor je zijn.
OPDRACHT 1 -> werkboek
Alle opdrachten staan in het werkboek.
INLEIDING
Ga even lekker zitten met beide benen op de grond en ontspan je schouders, armen en kaak. Adem 3x diep in en uit en voel de ontspanning over je heen komen. Je kunt dit nog een keer doen als je merkt dat het nog niet genoeg is. Vaak komen de beste ideeën wanneer je ontspannen bent.
Pak het werkboek erbij voor opdracht 1.
—> Zonder inspiratie geen ideeën
Hoofdstuk 2: “KLEUR BEKENNEN”
Itten was een Zwitserse kunstschilder, ontwerper en docent. Hij werd vooral bekend door zijn kleurenleer en het theoretisch werk in verband met het Bauhaus, waar hij tussen 1919 en 1922 les gaf.
Hij publiceerde in het boek “Kunst en Kleur” dat zijn ideeën beschrijft over compositie en kleur. Dit boek is zo compleet dat het wereldwijd een standaardwerk vormt voor kunstenaars en grafici.
De kleurenleer van Itten valt uiteen in twee belangrijke delen, namelijk de kleurencirkel en de kleurcontrasten. Zijn kleurencirkel is gebaseerd op het mengen van verfkleuren (subtractieve kleurmenging). Ideaal dus voor kunstenaars.
Kleur is alles bepalend
Daarom wil ik je iets meegeven over de theorie achter kleur. Kleur geeft warmte en kan koud zijn. De keuze voor een bepaalde kleur kan het hele plaatje anders maken.
Kleur in het dagelijks leven
Ook in het dagelijks leven kan je deze kleurenleer toepassen. Wil je je oranje bank extra laten opvallen? Verf de muur erachter dan blauw voor een sterk warm-koud contrast.
Als je kiest voor kleuren die dichter bij elkaar liggen in de kleurencirkel, creëer je meer rust en eenheid in je interieur. Deze leer kun je natuurlijk ook doortrekken naar je kledingcombinaties. Bij het ontwerpen van websites en verpakkingen wordt ook vaak de theorie van Itten toegepast. Kijk maar eens naar de verpakkingen van yoghurt. Die zitten vaak in een fris groene of witte verpakking. Een bruine verpakking associeer je eerder met een zoete chocoladevla dan met yoghurt.
Bij de slager zie je vaak dat vlees in de vitrine ligt met groene (nep) sla ertussen zodat het vlees er roder uitziet en sinaasappels lijken meer oranje met een blauw papiertje eromheen.
Zo zie je dus dat de kleurenleer ook nu nog wordt toegepast.
HOE WERKT DE KLEURENCIRKEL?
Als je goed kijkt zie je dat er logica zit in hoe de kleurencirkel is opgebouwd. De cirkel begint in het midden met de (1e) primaire kleuren, daarna de (2e) secundaire kleuren en de buitenste ring zijn de (3e) tertiaire kleuren.
Primaire- en secundaire kleuren
Itten ontdekte dat door primaire kleuren (rood, geel blauw) te mengen je nieuwe kleuren verkrijgt. Deze 3 kleuren staan in het midden van de kleurencirkel. Door deze kleuren te mengen met elkaar ontstaan er secundaire kleuren (oranje, groen, paars).
Rood met geel maakt oranje, blauw met geel groen en rood met blauw wordt paars.
Tertiaire- en complementaire kleuren
Naast bovengenoemde kleuren vind je in de kleurencirkel ook de tertiaire- en complementaire kleuren.
Tertiaire kleuren worden verkregen door een primaire met een secundaire kleur te mengen. Een goed voorbeeld hiervan is de kleur turquoise.
Complementaire kleuren zijn kleuren die tegenover elkaar in de kleurencirkel liggen. Dit heeft alles te maken met warm en koud. Links staan de koude kleuren en rechts de warme kleuren. Twee kleuren die tegenover elkaar in de kleurencirkel liggen zijn rood (warm) en groen (koud). De kleurencirkel laat dus zien dat kleuren die mooi met elkaar combineren naast elkaar liggen in de cirkel of juist tegenover elkaar liggen.
Zwart en wit
Technisch gezien zijn de kleuren zwart en wit geen kleuren en ze staan dan ook niet in de kleurencirkel. Wel kunnen deze twee kleuren helpen bij het lichter of donkerder maken van een kleur. Met zwart kun je een kleur versterken en met wit juist afzwakken.
Extra:
Frisse kleuren zijn vaak kleuren gemengd met wit of citroengeel.
Kleuren gemengd met zwart of bruin voelen vaak zwaarder aan.
Wil je een duidelijke basis (een verdeling tussen boven en onder) uitbeelden, dan kan je donkere kleuren onderin gebruiken. De zwaartekracht trekt het dan zo naar beneden.
Extra:
Welke kleur je op dit moment kiest geeft de sfeer aan van de collage. En de keuze voor een bepaalde kleur kan ook het hele plaatje anders maken.
Bij de foto’s hiernaast kan je dat goed zien. Links is het origineel in warme kleuren en bij de rechter foto zijn het koude kleuren. De hele sfeer is anders hoewel de collage gewoon hetzelfde is.
OPDRACHT 2.1 -> werkboek
Alle opdrachten staan in het werkboek.
INLEIDING
Zoals je in dit hoofdstuk hebt kunnen lezen kan je heel veel met kleuren. Kleur geeft warmte en kan koud zijn. De keuze voor een bepaalde kleur kan het hele plaatje anders maken.
Pak het werkboek erbij voor opdracht 2.1
OPDRACHT 2.2 -> werkboek
Alle opdrachten staan in het werkboek.
INLEIDING
Pak de tijdschriften er weer bij en zoek plaatjes in de kleuren die je aanspreken.
Pak het werkboek erbij voor opdracht 2.2


